Kiezen voor het technisch of beroepsonderwijs.

De overstap van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs is een scharniermoment voor heel wat ouders en leerlingen. Wanneer je op die leeftijd objectief zou kunnen vaststellen welke jongeren aanleg hebben voor het volgen van een technische of beroepsopleiding dan zouden heel wat moeilijkheden kunnen voorkomen worden.

Het is immers een spijtig feit dat veel jongeren met een uitgesproken TSO of BSO profiel veel te lang blijven aanklampen in een algemene studierichting.

 

 

Ouders willen het beste voor hun kind. Ze twijfelen en zijn bang om een verkeerde beslissing te nemen. Dus stellen ze de keuze liever nog wat uit. “Hij kan later nog altijd afzakken” is dan het argument.
Maar dit is juist de ongewilde start van het gruwelijke watervalsysteem. Dat zorgt er voor dat leerlingen die uiteindelijk toch in het TSO of BSO terechtkomen eerst een hele reeks mislukkingen en ontgoochelingen moeten meemaken wat hun heel erg kan beschadigen.
Een negatief zelfbeeld is dan het gevolg. Schoolmoeheid, gebrek aan motivatie en gedragsproblemen zijn de symptomen.

Elk kind is van nature uit leergierig. Observeer een spelend kind en je ziet nieuwsgierigheid en zin om te creëren. Proberen inzicht te krijgen in hoe de dingen werken, op ontdekking gaan en nieuwe dingen in elkaar knutselen behoren tot de basisbehoeften van veel jonge kinderen.

Wanneer gaat het dan mis en waarom?
Ons onderwijssysteem dat wereldwijd een goede reputatie geniet wordt vaak verkeerd ingeschat door goedmenende ouders. Ze gaan ervan uit dat er een soort ideaal parcours bestaat.
Het belangrijkste doel van dit parcours is de voorbereiding op hogere studies en het verwerken van een heleboel kennis is hierbij noodzakelijk.
Maar niet iedereen bezit de capaciteiten die hiervoor nodig zijn.

Jongeren die geboren worden met een ander talent zoals handigheid, technisch inzicht, zin voor kunst of bewegingsvaardigheid kunnen dit talent in het ASO niet in de strijd gooien. Ze worden wel keer op keer met de neus op de feiten gedrukt dat ze verstandelijk niet sterk zijn.

Het TSO en BSO zou er heel wat aantrekkelijker uitzien wanneer de jongeren er op het juiste moment en zonder gevoel van mislukking aan zouden kunnen beginnen. Wij merken nu vaak op dat leerlingen die instappen in een TSO of BSO opleiding voor het eerst kennismaken met waardering voor wat ze wel kunnen. Ze worden eindelijk aangesproken op hun kwaliteiten in plaats van op hun tekortkomingen.
Deze ontdekking en het ervaren van het eerste succesje zal ook de nieuwsgierigheid en de motivatie voor de school doen heropleven.